_emiel_V21024
Door

Emiel: daar zit meer achter

“Ja hoor! Waarschijnlijk geen enkel probleem. Nee hoor, is goed. Ik bel je zo terug. Ja. Ja, jij ook. Dankjewel! Tot snel,” lach ik allemaal. Een soortgelijke stroom aan positieve is-goed-woorden herken je vast als je me aan de telefoon hebt gehad bij Enof. En wat ik heb geleerd door jarenlang in callcenters te werken als bijbaan: klanten horen je glimlach door de telefoon heen, dus ik lach bijna elk gesprek. Sommige Enoffers plagen me met mijn telefoonlach die echt anders schijnt te klinken dan mijn ‘normale’ lach, maar die ik echt niet minder meen.

Alles op de kop

Een situatieschets van wat er na zo’n gesprek gebeurt: ik hang op, kijk naar de klok, schrik mogelijk een beetje van het tijdstip en m’n glimlach glijdt langzaam van m’n gezicht. Ik kijk Simone en Madelief aan die vragend terugkijken. Mijn ‘paniek’-blik is het resultaat van een vrijwel onmogelijke deadline die we toch even gaan proberen te halen. We kijken met zijn allen: staan er mensen ingepland op een klus die eventueel ook op een later moment gedaan kan worden? Kunnen we iemand uit onze flexibele schil inplannen? Net op het moment dat ik op het punt sta om rond te bellen met de vraag wie er beschikbaar is, krijg ik een telefoontje: andere klant, dezelfde urgentie. Nog meer alles op de kop!

Wat ik op mijn werk doe, vragen mensen weleens aan me. Jongleren met deadlines terwijl er telefoontjes en mailtjes op me afgevuurd worden, antwoord ik dan. Klinkt niet leuk, is het meestal gewoon echt wél. Want hoewel ik soms denk: oh god, dit gaat nooit van z’n leven lukken, komt het eigenlijk altijd goed. Die planningpuzzels zijn, ondanks dat ze op het moment zelf iets minder goed zijn voor de hartslag, zo ontzettend gaaf om op te lossen! Snel klanten terugbellen en zeggen dat het is gelukt zonder dat ze ook maar iets van de interne paniek hebben gemerkt is natuurlijk fantastisch (ik zou het de droom willen noemen, maar dat gaat echt te ver). Zeker voor een peoplepleaser zoals ondergetekende.

Wat ik op mijn werk doe? Jongleren met deadlines!

Behoefte aan rust

Daar staat wel tegenover dat ik na een werkweek jongleren behoefte heb aan rust. Sinds ik een jaar of wat geleden in Californië het hiken van trails ontdekte, ben ik dat ook maar in Nederland gaan doen. Een Fitbit (kort gezegd een luxe stappenteller) was daarvoor de eerste, eh, stap. Ik begon rondom mijn woonplaats Arnhem, waar echt verbazingwekkend veel verscheidenheid aan natuur is, en werkte in 2017 toe naar de Nacht van de Vluchteling met een aantal Enoffers. En dat gaan we in 2018 weer doen!

Zo’n wandeling duurt echt uren. Tijdens al die kilometers lopen schieten er regelmatig werkgedachtes door mijn hoofd. Heb ik voor dat project alles gedaan? Als het niet helemaal goed ging, wat was daarin dan mijn aandeel? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het team een volgende keer nog wat mooiers neerzet? Dachten we dat een briefing helder was, maar was deze dubbel interpretabel? Er kan echt van alles fout gaan. Een eerste week van een vakantie zit vaak nog veel voller met soortgelijke gedachtes. Heb ik alles overgedragen? Zit per ongeluk niet nog de helft van de benodigde informatie in mijn hoofd? Er is zoveel impliciete kennis die dan over te dragen is. Grootste angst tijdens die eerste paar dagen is dan ook: gebeld worden door Enof. Niet omdat ik dat feit op zich heel vervelend vind, maar het betekent dat ik iets niet goed heb gedaan – een overdracht schrijven.

Het centrale punt bij Enof

Als projectleider, als hét centrale punt bij Enof, is het killing als je iets niet helemaal goed doet of inregelt. Dat is lastig zonder context, daarom is zo’n overdracht echt essentieel. Maar ook na drie jaar kan ik daar nog onzeker over zijn. Staat alles op papier?

Gelukkig kom ik niet alleen tijdens wandelingen tot rust. Ook elke avond in de keuken heb ik mijn zenmomentje. Vreemd eigenlijk, want ik doe daar vrijwel hetzelfde als tijdens mijn werk: met een team van goede ingrediënten voor het beste resultaat gaan. Met het verschil dat je geen extra deadlines hoeft te halen of freelancers in hoeft te vliegen, maar dat het nog steeds prima mogelijk is om een recept te volgen van a tot z, alles precies op de goede manier te doen, en dan ineens het cakeblik die net uit de oven komt om te stoten, waarna de cake die nog wat op moest stijven als een soort dikke beslagsoep over je aanrecht loopt. Oplossing: terug in het bakblik gooien, nog tien minuten bakken, in de oven laten rusten en morgen maar kijken of het allemaal goed is gegaan.

Misschien is dat wel een prima conclusie: zelfs met het beste recept of project kan er nog van alles misgaan dat van tevoren niet is te voorzien, en dat is ok. Terug in het bakblik, nog even wat liefde geven en morgen kijken of het wat is geworden. Linksom of rechtsom komt het vrijwel altijd helemaal goed. Of hoe zeg ik dat ook alweer? “Ja hoor! Geen enkel probleem. Nee, is goed. Ik bel je zo terug. Dankjewel en tot snel!”

Na onze geslaagde klantenavond over employee advocacy starten wij een nieuwe reeks blogs waarin we Enoffers centraal zetten. In deze reeks vertellen we échte verhalen. In deze tijd van ‘fake news’ hebben mensen daar immers behoefte aan: geen schreeuwerige reclames of roddels, maar eerlijke, kwetsbare verhalen. In deze serie lees je over de struggles en uitdagingen die Enoffers tegenkomen en maak je kennis met de Enoffer achter de Enoffer. 

Enof, daar zit meer achter